Highland Pony’s Nederland

Geschiedenis


De Highland Pony is één van de twee inheemse rassen van de Schotse hooglanden en eilanden.
Sinds 1976 zijn er Highland Pony's met volledige papieren in Nederland.
Er is heel wat discussie over de oorsprong van de Highland pony.

Het is in ieder geval zeker dat zijn voorouders behoorden tot een noordelijk paardenras, dat leefde in noord Schotland, de eilanden voor de westkust, IJsland, Noorwegen, de andere Scandinavische landen en Rusland. Er bestaan duidelijk overeenkomsten tussen de pony's van noord Europa en Rusland. Veel rassen hebben de aalstreep, zebrastrepen op de benen en schouderstrepen, zoals aangetroffen op de Highland pony.

In een recent televisieprogramma over zebra's werd gesuggereerd dat de strepen met warmte uitwisseling te maken zouden hebben.

Misschien is dit ook het geval met de aftekeningen van de Highland.

Nieuw wetenschappelijk onderzoek probeert met behulp van DNA de erfelijke verbanden tussen de inheemse Britse ponyrassen te ontdekken.

In vroeger tijden waren de pony's van noord Schotland en de eilanden voor de westkust echte gebruikspaarden voor de Keltische volken, die ze gebruikten voor de landbouw in vredestijd en voor de cavalerie in oorlogstijd. Ze vormden het ideale werkpaard voor deze volken aangezien ze zuinig gehouden konden worden in een gebied waar het voedsel schaars was. Het waren sterke pony's met een groot uithoudingsvermogen en makkelijk te domesticeren door hun vriendelijke aard.

De vroege pony's waren klein van
stuk, maar sterk en robuust.

Onder invloed van de paarden van de Vikingen, die van de Romeinse cavalerie en later van de paarden van de Spaanse armada veranderden sommige pony's van model en werden lichtere en elegantere, atletische dieren. Daar later pony's voor de fokkerij tussen de verschillende eilanden werden uitgewisseld, werd dit type meer algemeen, hoewel ook het zwaardere type bleef bestaan.

 

Gebruik

 

Tegen het einde van de zestiende eeuw had zich een definitief type ontwikkeld, dat ook zo vererfde maar vanaf die tijd werden de pony's beïnvloed door de verschillende manieren waarop ze door de mensen gebruikt werden en door het verlangen het ras te verbeteren.

Toen de landbouw zich ontwikkelde in de achttiende eeuw en de te ploegen oppervlakten zich uitbreidden, hadden de "crofters" (kleine boeren) behoefte aan een grotere pony.

De pony’s van de kleinere eilanden echter waren klein van stuk. Zo geworden om warmte te behouden, omdat een kleiner oppervlak minder voedsel nodig heeft om warm te blijven, efficiënt op plaatsen waar geen beschutting is. De pony's op Skye bijvoorbeeld waren groter omdat daar meer beschutting is.

De Clydesdale werd vaak gebruikt om mee te kruisen, maar leverde een grof, onaantrekkelijk dier met wel de grove fouten van beide ouders.

Deze Clydesdales en hun kruisingen hadden meer voedsel nodig dan de Highland pony. Voor het werk bij de cavalerie werd een atletischer pony gevraagd zodat gebruik werd gemaakt van kruisingen met Hackneys en Arabieren. De afstammeling en van deze ouders werden dan weer gepaard met Highlands.

De Highland was een waarachtig veelzijdige pony. De crofters gebruikten hem zowel voor het versjouwen van turf, zeewier voor bemesting, graan en hooi als voor ploegen en eggen.

Men gebruikte hem voor de koets en hij was het transportmiddel voor kooplieden, artsen en landeigenaren. Voor de veedriften moesten de pony’s vanuit het verre noorden en de eilanden naar de vee- en jaarmarkten in de centrale en zuidelijk gelegen delen van Schotland trekken, grote aantallen vee voor zich uit drijvend, die daar verhandeld moesten worden.

En dan moest de pony dezelfde weg terug naar het noorden.

Highlands verdienden duidelijk de voorkeur voor dit zware werk.

Hoewel er vandaag de dag nog steeds verschillende types pony zijn, voldoen ze toch allen aan een basis model. Er is een goede reden voor iedere karakteristiek van een Highland, gebaseerd op omgeving of gebruiksdoel.