Highland Pony’s Nederland

Verhalen uit:

HIGHLAND PONIES AND SOME REMINISCENSES OF HIGHLANDMEN. Vertaling door Mevr. Freddie Raimond.

 

In 1937 werd er een boek gepubliceerd met bovenstaande titel. Het is geschreven door John M.Macdonald. Helaas is het niet meer te krijgen. Ik ben in het gelukkige bezit van een tweedehands exemplaar, dat oorspronkelijk aan Mrs. Warren heeft toebehoord. Zij was de eerste in Engeland die Highlands ging fokken. Haar stoeterijnaam was: of New Calgary, waarmee ze aangaf dat ze veel fokmateriaal van The department of Agriculture for Scotland gebruikte. De beroemde hengst Mackoinneach, geboren in 1948, is door haar gefokt,. Seamus Buidhe of New Calgary is Peregrine's (mijn eigen Highland) grootvader van moederskant.

Het voorwoord van het boek is geschreven door de Duke of Atholl te Blair Atholl, ten noorden van Pitlochry. Op zijn kasteel werden al in het midden van de negentiende eeuw Highlands gehouden. Het trekkingbedrijf op Blair Castle gebruikt ook nu nog vooral Highlands. Een aanrader om daar in een vakantie eens te gaan kijken!

In de verschillende hoofdstukken komen in deel I de pony's van tien verschillende eilanden aan de orde en in deel II de verschillende fokkerijen met enkele conclusies tot slot. In deel III dan herinneringen aan zestig jaar geleden (dat is dus rond 1875) over schapen, kolenschepen, allerlei typische individuen, Macdonald's eigen pony, herten, begrafenissen, postkoetsen enzovoort.

De hertog vertelt in het voorwoord onder andere het volgende: het is onverstandig om over wat ook maar dogmatisch te zijn en zeker geldt dat als wordt gesuggereerd dat enig menselijk wezen of dier in de letterlijke betekenis van het woord zuiver gefokt (pure-bred) zou zijn. Voor de hertog is de zuivergefokte Highland een door kruising ontstane pony met een lange geschiedenis, gebouwd op het fundament van het Noordeuropese paard. Op de eilandenzijn de pony's kleiner en sneller, mogelijk dichterbij het oorspronkelijke type: deels door de maat van het oorspronkelijke paard, deels door ondervoeding. De eilanden pony is meer gebruikt voor het dragen van lasten dan voor het trekken van zware vrachten, heeft kleinere bergen hoeven te beklimmen, kortere aftsanden te aan en is vaker gebruikt onder het zadel. Als er al gekruist is, was dat waarschijnlijk met een Syrische Arabier of met een Noordeuropees paard. De vasteland pony daarentegen is een sterker en zwaarder dier, gefokt voor het tuig, voor het dragen van grotere lasten over langere afstanden en hogere bergen.

De hertog vertelt verder over mogelijk voor de fok gebruikte paarden in het verleden en zegt dan ook iets over de kleuren: "de oudste kleuren die ik mij herinner, en mijn herinnering gaat meer dan zestig jaar terug, zijn zwart, dun met zebrastrepen en bruin. Later, met de komst van de grote Herd Laddie, overheersten de schimmels. De vos met lichtgekleurde manen werd met wantrouwen bekeken en daar was geen plaats voor in de Athollfokkerij. De laatste jaren zijn er een aantal wat ik zou noemen 'dun cream', maar die hebben niet die melige kleur van die slappe paarden die de koninklijke koetsen trekken.

 

De hertog vertelt verder dat het ras zenuwachtig wordt genoemd, maar hij is het daar niet mee eens. Hij gebrukt liever de term overgevoelig en wantrouwig in die zin dat ze nergens bang zijn van wat ze kunnen begrijpen. Hij kent geen paardenras dat beter reageert op vriendelijkheid.

Tenslotte geeft hij advies voor de toekomst: eerste klas hengsten zijn voor de fokkerij van levensbelang. En wat je ook doet: gebruik geen Clydesdales!

 

HOOFDSTUK 1

 

Het eerste hoofdstuk van Macdonald's boek gaat over de pony's van het eiland Skye: "Martin maakt in 1763 de volgende melding van de Skye pony's: de gewone werkpaarden staan bloot aan de ontberingen van de winter en het voorjaar en hoewel ze haver noch hooi en slechts zelden stro krijgen, verzet­ten ze toch al het werk dat andere, beter gevoede paarden verplicht zijn te doen." Dit zegt wel iets van de hardheid van de oorspronkelijke pony's! Macdonald voegt er aan toe dat heden ten dage (1937) de pony's van de kleine boeren, de crofters, de best verzorgde dieren op de boerderij zijn.

Nadat hij heeft vermeld dat de meest voorkomende kleuren mouse-dun en zwart waren, vertelt hij over verschillende eigenaren en pony's. Dan vermeldt hij een wegwedstrijd in draf na een marktdag tussen een paar cobs uit het zuiden en een tweespan zwarte Highlands, vader (geruind) en zoon, waarvan Macdonald als teenager getuige was, gezeten op zijn Highland Dunnie. Nadat de Highlands de Cobs hadden verslagen over twee mijl, galoppeert Dunnie de Highlands voorbij, die vervolgens de achtervolging in galop inzetten. Macdonald kan nog net de weg naar zijn huis inslaan, voordat het span hem van de weg rijdt!

Deze zoon gaat een belangrijke rol spelen in de fokkerij van Highlands, niet alleen op Skye maar ook in de Highlands: op een grote verkoping in 1890 wordt een jonge hengst verkocht, die bij een ongeluk één van zijn voorbenen had beschadigd. Deze had als vader de hengst uit het bovenge­noemde tweespan. Zijn moeder was een fors gebouwde merrie, wier moeder een goed gebouwde Clydesdale was en de vader een Highland. Dus twee derde Highland en een derde Clydesdale. Macdonald noemt hem verder in het boek "Lame Colt".

 

De over-over-grootmoeder van vader's kant werd ongeveer honderd jaar eerder door een handelaar van Skye gekocht van een dokter in Lewis. Deze merrie was blijkbaar bij zijn huwelijk aan de dokter gegeven door zijn schoon­vader. Toen de dokter de merrie verkocht aan de handelaar, zei hij dat hij een vrouw en een merrie terzelfdertijd had gekregen en dat hij het moeilijk vond te beslissen welke van de twee beter was. Er wordt gezegd dat deze merrie Arabisch bloed had.

Eén van de meest bekende zonen van Lame Colt was Rory o'the Hills. Op een dag werd hij verkocht aan een handelaar uit het zuiden. Het zag er nu naar uit dat deze mooie jonge hengst zijn dagen zou slijten óf in de mijnen óf voor een bestelwagen in de drukke straten van een stad. Maar gelukkig: toen Rory per schip werd vervoerd van Skye naar Kyle of Lochalsh was toevallig the Laird of Strathaird op Skye aan boord. Hij keek van het bovenste dek neer op Rory en werd aangetrokken door zijn rusteloze kracht. Toen de boot aanlegde, kocht hij de hengst van de handelaar. Van Strathaird werd Rory naar Castles aan de oever van Loch Awe gezonden en vandaar naar het eiland Mull, waar er veel met hem gefokt werd.

Deze hengst had een donkere room kleur met een zwarte aalstreep en zwart behang. Hij was fors gebouwd en het spijt me, zegt Macdonald, te moeten vaststellen dat het heden ten dage moeilijk zou zijn vaderdieren van hetzelfde kaliber te vinden! De merrie Staffin Princess die met veel succes werd ge­showd, stamde van deze Rory af.

 

Het laatste gedeelte van hoofdstuk 1, de pony's van Skye, is getiteld

                               Sam, de "Toreador"

 

De "ik" is dus de schrijver John M. Macdonald.

 

De pony's van Skye werden verhandeld tijdens vier jaarmarkten in Portree tussen mei en november. Als jongen keek ik verlangend uit naar deze mark­ten; ja, de meeste gebeurtenissen in mijn jonge leven werden gerelateerd aan deze markten. Ik herinner me echter één gebeurtenis die meer dan de anderen indruk op mij heeft gemaakt. Tijdens een markt in september bood een naburige boer een aantal merries variërend in leeftijd van drie tot vijf jaar te koop aan. Geen van deze merries was ooit in handen geweest en geen enkele had ooit een dak boven haar hoofd gezien. Ze werden geleid door een oud voorpaard, waar ze in hun zenuwen dicht bij bleven, en ze waren allen sterke, krachtige dieren. Met hun wapperende manen en staarten schenen ze in mijn onervaren ogen volmaakte dieren.

 

Deze merries trokken behoorlijk wat aandacht, niet alleen van fokkers en handelaren, maar ook van het publiek, en verscheidene handelaren inspec­teerden ze van zo nabij als ze nog veilig achtten. Ik hoorde de ene handelaar tegen de andere zeggen terwijl hij weg ging: "Niemand bij zijn verstand neemt het risico deze wilde, ongetemde beesten te kopen om ze naar het zuiden te transporteren."

Terwijl ik daar de dieren stond te bewonderen, verscheen er een korte, stevige man op het toneel, die bij zijn vrienden bekend stond als Sam. Hij was paardenhandelaar op grote schaal en werd beschouwd als de grootste kenner van paarden op deze markten. Men zei dat hij een "kranig" man en een "kranige" koper was. Dit woord "kranig" ("game") was een blijk van ware bewondering onder de handelaren.

 

Sam bekeek de merries van zo dichtbij als maar mogelijk was en besprak hun goede en slechte kwaliteiten met de verkoper. Toen trokken beiden zich terug in een consumptietent, waarvan er vele op die oude markten waren, en toen ze terug kwamen, leken ze nog enthousiaster in hun discussies. De verkoper stond rechtop en met een ernstige uitdrukking op zijn gezicht hield hij zijn hand plat open voor Sam die er snel hard op sloeg. Toen stonden ze een tijdje te onderhandelen en tenslotte gaven ze elkaar de hand. Dit laatste gebaar bezegelde de verkoop en droeg het eigendom van de merries over aan Sam.

Sam's volgende daad was er op toe te zien dat de merries een halster omkregen als voorbereiding voor hun reis naar het zuiden per stoomboot en trein. Het oude paard ging ze voor naar een hoekje van het marktplein waar het gras groen en zacht was. Sam trok zijn jasje en vest uit en stapte lichtvoe­tig als een toreador in de door de omstanders gevormde kring. Terwijl hij het oude paard als dekking gebruikte, liep hij stilletjes naar het hoofd van een van de merrietjes en greep met één hand de maantop en de neus direct boven de neusgaten met de andere.

 

Het dier maakte een sprong in de lucht, Sam met zich mee sleurend, maar toen ze weer terug op aarde kwamen, lag tot grote verbazing van de toe­schouwers de merrie plat op de grond met Sam naast haar, die haar hals plat op het zachte gras duwde. Gewillige handen deden snel een halster over haar hoofd, Sam verlichtte de druk op haar hals en stapte achteruit, en de merrie sprong overeind, het halstertouw aan haar hoofd bengelend en voegde zich snel weer bij de andere dieren.

Dezelfde procedure werd bij het volgende dier toegepast en hoewel het meer moeite kostte dit dier op de grond te krijgen, lukte het Sam haar tenslotte neer te krijgen. Dit ging zo door tot ook de laatste merrie een halster om had.

Sam was de held van de markt en aan minstens één van bewondering vervulde jongen verschafte hij een gevoel van opwinding dat de grote rodeo in Wembley vele jaren later hem niet kon geven.

 

Enkele volgende hoofdstukken zullen later op deze site verschijnen!