Highland Pony’s Nederland

Wat is een Highland

 

Bron Joan Alexander

 

Oorsprong
Er is heel wat discussie over de oorsprong van de Highland pony. Het is in ieder geval zeker dat zijn voorouders behoorden tot een noordelijk paardenras, dat leefde in noord Schotland, de eilanden voor de westkust, IJsland, Noorwegen, de andere Scandinavische landen en Rusland. Er bestaan duidelijk overeenkomsten tussen de pony's van noord Europa en Rusland. Veel rassen hebben de aalstreep, zebrastrepen op de benen en schouderstrepen, zoals aangetroffen op de Highland pony. In een recent televisieprogramma over zebra's werd gesuggereerd dat de strepen met warmte uitwisseling te maken zouden hebben. Misschien is dit ook het geval met de aftekeningen van de Highland. Nieuw wetenschappelijk onderzoek probeert met behulp van DNA de erfelijke verbanden tussen de inheemse Britse ponyrassen te ontdekken.

In vroeger tijden waren de pony's van noord Schotland en de eilanden voor de westkust echte gebruikspaarden voor de Keltische volken, die ze gebruikten voor de landbouw in vredestijd en voor de cavalerie in oorlogstijd. Ze vormden het ideale werkpaard voor deze volken aangezien ze zuinig gehouden konden worden in een gebied waar het voedsel schaars was. Het waren sterke pony's met een groot uithoudingsvermogen en makkelijk te domesticeren door hun vriendelijke aard.

De vroege pony's waren klein van stuk, maar sterk en robuust. Onder invloed van de paarden van de Vikingen, die van de Romeinse cavalerie en later van de paarden van de Spaanse armada veranderden sommige pony's van model en werden lichtere en elegantere, atletische dieren. Daar later pony's voor de fokkerij tussen de verschillende eilanden werden uitgewisseld, werd dit type meer algemeen, hoewel ook het zwaardere type bleef bestaan.

Gebruik
Tegen het einde van de zestiende eeuw had zich een definitief type ontwikkeld, dat ook zo vererfde maar vanaf die tijd werden de pony's beïnvloed door de verschillende manieren waarop ze door de mensen gebruikt werden en door het verlangen het ras te verbeteren. Toen de landbouw zich ontwikkelde in de achttiende eeuw en de te ploegen oppervlakten zich uitbreidden, hadden de "crofters" (kleine boeren) behoefte aan een grotere pony. De pony’s van de kleinere eilanden echter waren klein van stuk. Zo geworden om warmte te behouden, omdat een kleiner oppervlak minder voedsel nodig heeft om warm te blijven, efficiënt op plaatsen waar geen beschutting is. De pony's op Skye bijvoorbeeld waren groter omdat daar meer beschutting is. De Clydesdale werd vaak gebruikt om mee te kruisen, maar leverde een grof, onaantrekkelijk dier met wel de grove fouten van beide ouders. Deze Clydesdales en hun kruisingen hadden meer voedsel nodig dan de Highland pony. Voor het werk bij de cavalerie werd een atletischer pony gevraagd zodat gebruik werd gemaakt van kruisingen met Hackneys en Arabieren. De afstammeling en van deze ouders werden dan weer gepaard met Highlands.

De Highland was een waarachtig veelzijdige pony. De crofters gebruikten hem zowel voor het versjouwen van turf, zeewier voor bemesting, graan en hooi als voor ploegen en eggen. Men gebruikte hem voor de koets en hij was het transportmiddel voor kooplieden, artsen en landeigenaren. Voor de veedriften moesten de pony’s vanuit het verre noorden en de eilanden naar de vee- en jaarmarkten in de centrale en zuidelijk gelegen delen van Schotland trekken, grote aantallen vee voor zich uit drijvend, die daar verhandeld moesten worden. En dan moest de pony dezelfde weg terug naar het noorden. Highlands verdienden duidelijk de voorkeur voor dit zware werk. Hoewel er vandaag de dag nog steeds verschillende types pony zijn, voldoen ze toch allen aan een basis model. Er is een goede reden voor iedere karakteristiek van een Highland, gebaseerd op omgeving of gebruiksdoel.

Hoofd
In de prehistorie ontwikkelden paardachtigen om te kunnen overleven ogen die het hen mogelijk maakten achter zich te kijken. Zodoende konden ze naderbij komende roofdieren zien aankomen en alsnog ontsnappen. Deze wijze van zien heeft echter zijn beperkingen, want het betekent dat het vooruit zien monoculair is. Paarden kijken met slechts één oog tegelijk naar voren en zijn niet in staat beide ogen te focusseren ten einde goed vooruit te kijken. Door evolutie zijn echter de ogen van de Highland op grotere afstand van de oren komen te zitten (wanneer men een lijn trekt van het oor naar het neusgat, dan staat de afstand van oor tot oog tot die van oog tot neusgat als 2 staat tot 4). Dit bevorderde goed binoculair vooruit zien. Het buigen van nek en hals zodanig dat de voorkant van het hoofd haaks op de grond staat, verbetert dit nog. Als de pony zijn hoofd naar beneden doet, kan hij dichtbij zien. De smalle neus vergemakkelijkt ook het vooruit zien. Met dit verbeterde zicht kan de Highland pony zien waar veel te eten valt plus dat hij veenpoelen, uitstekende rotsen en gevaarlijke plaatsen kan vermijden, hetgeen hem vaster ter been maakt. Het hoofd is klein en compact met donkere, grote ogen. De keel is duidelijk afgetekend. De oren zijn klein en sierlijk en geheel gevoerd met haar, dat beschadiging van de gevoelige organen binnenin voorkomt.

Beharing
Het haar van een Highland dient allereerst als bescherming. De ogen worden tegen wind en regen in de winter en tegen insecten (de kleine bijtende mugjes in Schotland zijn berucht!) in de zomer beschermd door de maantop. De manen beschutten de belangrijke aderen in de hals tegen de kou in de winter en verdrijven de vliegen in warm weer. De achterhand wordt beschermd door de staart, die isolatie verschaft voor de gevoelige delen wanneer hij door de wind tussen de benen wordt geblazen. De korte haren die in de winter bovenaan de staart groeien, dienen als sneeuwgoot. De staart is een goede vliegenverdrijver in de zomer. De dikke wintervacht is ijs- en sneeuwdicht. Geregeld kan men pony's zien met een laagje ijs boven op hun rug, maar de kou dringt niet door tot het lichaam. De vetlokken voeren het water af en beschermen ballen en straal van de voet tegen te veel water. Het haar van de Highland is tegelijk waterdicht en water-afvoer.

Bouw
Wat de bouw betreft: sterke voor- en achterhand zijn vereist. De pony moet er compact uitzien. De hals goed aan de romp gezet, goed ontwikkeld bij de aanzet en fijn bij de keel. De borst is breed en de schouder schuin. De pijpen zijn kort in verhouding tot de onderarmen. De algemene indruk moet er één zijn van kracht en sterkte. Nodig voor een pony die zijn werk moest doen zonder wegen, slechts moerasveen, rotsen en heide.

De bespierde onderarm is lang in verhouding tot het pijpbeen. Dit geeft de pony voorwaarts vermogen, net als de hals en de schouders. Daarom moeten de spieren in hals, schouder en onderarm goed ontwikkeld zijn. Het spronggewricht moet laag zitten zodat de langere schenkel en de kortere pijp voorwaarts vermogen geven. De rug draagt het gewicht en is daarom kort, hoewel de rug voor een merrie wat langer kan zijn dan voor een hengst of ruin. Het kruis tot de staartwortel goed bespierd en rond, met een hoogaangezette staart.

Een pony die aangespannen wordt gebruikt, begint kracht te zetten met de voorhand en dan met de voorvoeten. Daarvoor is buiging in het kogelgewricht nodig, die verkregen wordt door een goede hoek in de koot. Ruimte tussen de schouders en een brede borst geven goede trekkracht. Motorieke kracht is ook nodig om het gewicht van voorhand naar achterhand te verplaatsen, zodanig dat 60% voor en 40% achter wordt gedragen. Daarom moeten de voorhoeven liefst groter zijn dan de achterhoeven. Ze zijn open en rond en een lijn getrokken van de schouder over het midden van de voorknie moet door het midden van de hoef gaan. Als een pony toontreder is, is er geen goede voorwaartse kracht. De gelijkmatig voortgaande gang van de Highland wordt verkregen door afwisselende spanning en ontspanning van spieren in onderarm en borst. De schouder moet schuin zijn met een uitgesproken schoft.

Kleuren
De Highland komt in een hele reeks kleuren. De effen kleuren veranderen niet, terwijl die met een witte haar ertussen uiteindelijk wit worden. De effen kleuren zijn: zwart, bruin, mouse dun en yellow dun. Grey dun, cream dun en grey (schimmel) worden op den duur allemaal wit. De kleur bekend van het eiland Rhum is leverkleurig met zilverkleurige manen en staart. Deze pony's hebben meestal crème kleurige hoeven.

Schofthoogte
De maximum hoogte werd bepaald door de Polo Pony Society (deze instantie voerde als eerste een stamboekregistratie in voor pony's, vert.) op 14.2hh (1.48 cm). De maat van de Highland ligt tussen de 1.32 en 1.48, hoewel er ook grotere en kleinere exemplaren voorkomen.

Dus wat is een Highland pony?
Een paard dat gebruikt wordt voor rijden onder de man, lange afstandswerk, aangespannen en voor het rijden van gehandicapten zowel als voor tochtjes met toeristen. De grootgrondbezitters zien nu in dat pony's beter voor het milieu zijn dan vierwielaangedreven voertuigen. Velen hebben nu weer pony's voor de hertenjacht, de korhoenderjacht en voor het onderhoud van het bos.